Aquatische biodiversiteit verandert door stijgende watertemperatuur

NL
  Nieuws & Agenda

Onderzoekers keken naar gevolgen klimaatverandering op plassen en sloten.Experts verwachten dat de komende vijftig tot honderd jaar aanzienlijke veranderingen zullen optreden in het Nederlands zoetwatersysteem als gevolg van klimaatverandering. Alterra, onderdeel van Wageningen UR, heeft onderzocht hoe waterorganismen op de nieuwe omstandigheden zullen reageren en adviseert de maatlatten van de Kaderrichtlijn Water te herzien.

Door de stijging van de luchttemperatuur die met de klimaatverandering gepaard gaat, zal ook het oppervlaktewater warmer worden. Dit heeft gevolgen voor de biodiversiteit van planten en dieren die in het water leven. Temperatuur is namelijk een belangrijke sturende factor voor het voorkomen en de ontwikkeling van de soorten, blijkt uit de studie van Alterra in het kader van het project Klimaatverandering en Aquatische biodiversiteit.

Temperatuurschommelingen
Onderzoekers hebben de reacties van macrofauna, waterplanten en eencellige algen op temperatuurschommelingen in stromend en stilstaand water bekeken. Experimenten tonen aan dat een kleine stijging van 2 tot 4 graden in beken, sloten en plassen al kan leiden tot veranderingen in groei, ontwikkeling en reproductie van de aquatische organismen. Zo gaan waterplanten harder groeien door de stijgende temperatuur. De planten worden hierdoor lang en bros waardoor ze extra kwetsbaar zijn voor de te verwachten extreme waterafvoer.

Kokerjuffers
Uit een proef met kokerjuffers in nagemaakte beeksystemen met daarin water van verschillende temperatuur blijkt dat vanaf 21 graden sommige kokerjuffers zich niet meer verpoppen. De kokerjuffers gaan niet dood, maar blijven in hetzelfde stadium. De gemiddelde temperatuur van beeksystemen ligt nu nog onder de 21 graden. Maar volgens de voorspellingen gaan we wel langzaam die kant op. Lokaal kan het water nu al deze temperatuur bereiken als de zon op het water schijnt.

Stilstaand water
Alterra heeft ook voor sloten en plassen gekeken naar de reacties van macrofauna op een temperatuurstijging. Voor deze stilstaande wateren blijkt het effect het grootst op de diepere lagen, omdat de soorten daar gewend zijn aan stabiele omstandigheden. Door de opwarming zullen zij nog verder naar beneden moeten opschuiven. Maar daar is vaak een tekort aan zuurstof, zodat overleven moeilijk wordt.

Natuurdoelen
Met de opgedane inzichten als uitgangspunt heeft Alterra inzichtelijk gemaakt welke wateren het meest gevoelig zijn. Dit is relevant voor de instandhouding van de natuurdoelen. Compenserende inspanningen zijn nodig voor de meest kwetsbare wateren. Bijvoorbeeld door andere knelpunten zoals teveel voedingsstoffen of een laag zuurstofgehalte te verkleinen. Lokaal kan de temperatuurstijging ook worden beperkt door te zorgen voor meer schaduw.

Kaderrichtlijn Water
De bevindingen zijn ook van belang voor de Kaderrichtlijn Water. Door de stijging van de watertemperatuur zullen maatregelen niet per definitie het gewenste effect oogsten. De gestelde ecologische doelen gaan bovendien uit van de huidige klimaatomstandigheden. Het onderzoek suggereert dat door de veranderingen het gestelde referentiekader misschien niet meer het juiste uitgangspunt is. Aanpassingen en flexibiliteit zijn nodig. Temperatuurgevoelige soorten kunnen bijvoorbeeld uit de maatlatten worden gehaald. Het komende jaar zal Alterra de resultaten gebruiken in een vervolgproject dat dieper ingaat op de kwetsbaarheid van natuurdoelen in een veranderd klimaat.

Links:

  
Print deze pagina

Contact
Anna Besse-Lototskaya
T: 0317-485428
 
Projectgegevens
Project:
Klimaatverandering en aquatische biodiversiteit

Opdrachtgever: 
Ministerie van LNV

Financiering:
 
Directie Kennis 

Partners binnen Wageningen UR:

Partners buiten Wageningen UR:


Projectverantwoordelijke:
Anna Besse-Lototskaya

Subthema:
Klimaat en natuur