Biomonitoring is een methode om vroegtijdig mogelijke effecten van de uitstoot van reststoffenverwerking op het milieu te registreren. Bij de keuze van de juiste plantensoorten en relevante biologische producten (bijvoorbeeld koemelk) is het mogelijk met een beperkt meetprogramma adeqaat de milieukwaliteit rond de installatie te monitoren. Deze methode wordt door agrariërs uit de directe omgeving van verbrandiingsinstallaties als positief ervaren.
Het project ‘Biomonitoringprogramma rond de Reststoffen EnergieCentrale (REC) Harlingen’
registreert eventuele luchtverontreiniging rondom deze verbrandingsinstallatie. Deze installatie heeft een geplande capaciteit van gemiddeld 228.000 ton afval- en reststoffen per jaar. De installatie is naar verwachting in 2011 operationeel. Onder de overheersende windrichting zullen de gereinigde rookgassen zich vooral in noord-noordoostelijke richting verspreiden met geleidelijk afnemende concentraties.
In dit depositiegebied van de installatie bevinden zich voornamelijk akkerbouwbedrijven en veehouderijen. LTO Noord heeft, in overleg met de installatie-eigenaar Omrin, Plant Research International van Wageningen UR opdracht gegeven een biomonitoringprogramma te starten, om eventuele effecten van de uitstoot op de kwaliteit van gewassen en agrarische producten in de directe omgeving vast te stellen.
Indicatoren en accumulatoren
Biomonitoringheeft voornamelijk een signaalfunctie; zolang er op de meetpunten rond de betreffende installatie geen duidelijke overschrijding van normen of achtergrondwaarden plaatsvindt, zijn er geen negatieve effecten te verwachten op de overige gewassen en producten die in de omgeving van de installatie worden verbouwd of geproduceerd. Als de meetresultaten daar aanleiding toe geven kan het onderzoek worden uitgebreid naar gewassen in het veld.
De wijze van biomonitoring komt overeen met lopende biomonitoringprogramma’s rond de HVCafvalcentrale in Alkmaar en de Afvalverwerkingsinstallatie van Attero (voorheen Essent Milieu) in Wijster. Planten worden ingezet als indicatoren of als accumulatoren. Indicatoren zijn gevoelige plantensoorten die met specifieke zichtbare symptomen reageren op een bepaalde luchtverontreinigingscomponent. Accumulatoren zijn plantensoorten die een bepaalde component relatief snel uit de lucht opnemen en opslaan zonder dat zichtbare effecten optreden. Met deze techniek is zowel nationaal als internationaal al veel ervaring is opgedaan.
Verklikkers
In Harlingen worden op vijf meetpunten spinazie, boerenkool en gras ingezet als ‘verklikkers’ en op een gestandariseerde wijze geteeld in containers. Ook worden er melkmonsters genomen bij melkveehouderijen in de invloedssfeer van de REC. Als derde verklikker wordt de kalkpapiermethode ingezet. Kalkpapier filtert fluoriden uit de lucht onder invloed van windsnelheid, relatieve vochtigheid en de verhouding tussen stof- en gasvormige fluoriden. Deze passieve opname van fluoriden in kalkpapier is vergelijkbaar met de wijze waarop planten fluoriden opnemen en geeft een indicatie voor atmosferische fluoridenconcentraties.
Meten en vergelijken
In 2010, voor de ingebruikname van de installatie in Harlingen, worden metingen uitgevoerd om de nulsituatie in kaart te brengen. Na een bepaalde expositietijd worden de planten visueel beoordeeld en geanalyseerd op een aantal door de installatie geëmitteerde luchtverontreinigingscomponenten. In Harlingen wordt gehaltes gemeten:
- Cadmium, Kwik en Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen in spinazie en boerenkool
- Dioxinen en/of PCB in koemelkmonsters
- Fluoriden in kalkpapier en gras
De analyseresultaten worden geëvalueerd door ze te vergelijken met gehalten gemeten op een referentielocatie (buiten de invloedssfeer van de installatie), landelijke achtergrondgehalten en normen voor consumptie- of veevoederkwaliteit.
Minder weerstand
Een dergelijk biomonitoringprogramma draagt ook bij aan een goede verstandhouding tussen de exploitant van de installatie en de directe omgeving van zowel agrariërs als niet-agrariërs. Dit blijkt ook uit soortgelijke ontwikkelingen rond de afvalverwerkingsinstallaties in Alkmaar en Wijster. Vooral agrariërs uit de directe omgeving maakten zich daar ernstig zorgen over de mogelijke effecten van de emissie op de kwaliteit van de gewassen. De vertegenwoordiging van de agrariërs in begeleidingscommissies in Alkmaar en Wijster maakte het mogelijk dat punten van kritiek of zorg bespreekbaar werden. Mede door de overwegend positieve resultaten uit de biomonitoringprogramma’s en de open communicatie daarover is de weerstand vanuit de omgeving tegen de afvalverbrandingsinstallaties daar grotendeels verdwenen.
Links